NEYECATCHER
Als opdracht voor het Leesportfolio 0607 heb ik bij het boek De Dollartekens in de ogen van moeder Theresa van Herman Brusselmans een recensie geschreven.
______________________________________________________________________
Seks, drank, het leven op het Vlaamse platteland en hier en daar een muzikale noot: het thema van Herman Brusselmans’ De Dollartekens in de Ogen van Moeder Theresa. Een dwaze titel voor een dwaas boek, zo blijkt al snel. Je vindt zijn schrijfstijl geweldig of totaal niets, zo luidt het cliché. Sta mij toe dat cliché te ontkrachten.
In De Dollartekens in de Ogen van Moeder Theresa krijgen we het (fictieve) verhaal over de jeugd van Herman Brusselmans en zijn muzikale drang die hem drijft tot het oprichten van een band, The Hidden Creators of the Sleepy Daydreams genaamd. Zijn muzikale ‘carrière’ begint bij het kopen van twee gitaren, die al snel op ingenieuze wijze vervangen worden door een drumstel. Dat drumstel gaat echter langer mee en het is ook dat drumstel waarmee hij in zijn allereerste band speelt. Het lot zit de band echter niet mee en het boek eindigt met een split, niet meteen een verrassend einde, maar toch een einde.
Toen ik begon te lezen in dit boek was ik meteen verbaasd, verbaasd over het totale ontbreken van taboes en verbaasd over de eigenheid van dit boek. Feiten worden verteld zoals ze gebeuren, zonder er doekjes om te winden of ze te verbloemen in mooie literaire zinnen waarbij je bij het einde gekomen niet meer weet wat er in het begin stond. Brusselmans schrijft wat hij denkt, voor sommigen een gebrek aan overpeinzing, voor anderen een blijk van spontaniteit, voor mij gewoonweg ontspannend ‘anders’.
Terwijl andere schrijvers hun best doen om de lezer bij het verhaal te houden, probeert Brusselmans alle manieren uit om het tegengestelde te doen. Zo krijgen we hier en daar tussen de verhaallijn enkele Franse woorden waarmee hij duidelijk wil maken dat hij ook deze taal beheerst, of anders een uitwijding naar andere dingen die hij meegemaakt heeft, of gewoonweg waarmee hij zich bezighield op het moment dat hij dit boek schreef. Voor sommigen misschien een storend element, voor andere totale hilariteit, voor mij een leuke afwisseling.
Tijdens het lezen heb ik niet alleen een nieuw verhaal of nieuwe schrijfstijl ontdekt, maar ook talrijke nieuwe woorden. Brusselmans bezit over een enorm rijke woordenschat en dan vooral wanneer hij geslachtsdelen vernoemd, zo hij kan op drieduizend manieren vertellen dat hij zijn ‘pisseloe’ in iemands ‘pruim’ gestoken heeft.
Het recept achter dit boek zit hem erin dat Brusselmans al de reeds vermelde zaken samenvoegt in één enkel boek en vaak zelfs op één enkele bladzijde of in één enkele zin. Hierdoor wordt het werk dan ook ongelooflijk humoristisch, zo heb ik wel enkele vreemde blikken gekregen terwijl ik dit boek al gibberend las op publieke plaatsen.
Om te besluiten zou ik dit boek een goed boek willen noemen, geen geweldig boek, maar toch voldoende origineel en een leuk ‘tussendoortje’.